Een klein zaadje wordt een grote plant

Een klein zaadje wordt een grote plant

Onderstaande column wil ik graag met jullie delen. Van eigenverantwoordelijkheid, komen tot collectief belang en gezamenlijk oplossend vermogen.

Een paar weken voordat mijn zoontje zes werd vroeg hij of hij een bakje yoghurt mocht. Ik knikte en Kasper pakte de yoghurt uit de koelkast. Hij zocht een bakje en lepeltje en ging tegenover mij zitten. ‘Ik schenken’ zei Kasper, ‘en jij stop zeggen, oké?

‘Nee..’, zei ik, ‘jij schenken, en jij stop zeggen…en je zus, mama en ik willen straks ook nog.’

Hoe kan een voorbeeld uit het dagelijks leven binnen een gezin helpen bij het begrijpen wat er binnen een organisatie, zoals Fytac, gebeurd en wat er nodig is.  Hoe verhoud zich dit voorbeeld tot thema’s als leiderschap, eigenaarschap, procedures, protocollen, zelfsturing en regelgeving binnen onze organisatie?

Wanneer de verantwoordelijkheid voor het begrenzen bij de vader komt te liggen, hoeft Kasper zelf niet meer na te denken over wat een goede hoeveelheid yoghurt is. Hij ontslaat zichzelf als het ware van de plicht van het nemen van verantwoordelijkheid. Ergens in hem wordt er daarmee iets in slaap gesust. Voor Kasper is dat de makkelijkste weg. Hou je aan het protocol of vraag maar akkoord aan de baas, dan zit het goed.

Voor de vader is dat ook makkelijk, want ik heb dan de zekerheid dat hij niet meer yoghurt neemt dan ik vind dat goed is.

Echter, wanneer Kasper zelf verantwoordelijkheid krijgt voor de oplossing (nee, jij stop zeggen), wordt er juist iets in hem aangezet, geactiveerd, wakker gemaakt. Bij gebrek aan een klip-en-klaar houvast buiten hemzelf, moet hij opeens een beroep doen op iets in hemzelf dat hem kan helpen. Hij moet aan de bak!

Dat is zowel voor Kasper als voor de vader wel een klein beetje spannender. Want hoe gaat Kasper het doen?  Voldoet dat wel aan wat de vader een passende hoeveelheid vind? Kortom als de verantwoordelijkheid bij Kasper ligt, ontstaat er voor beide op dat moment een iets moeilijker weg: we moeten het allebei uithouden met een beetje onzekerheid. Maar op de lange termijn leert Kasper zelf verantwoordelijkheid te nemen en te dragen. Hij leert te varen op zijn eigen kompas.

Bovendien gebeurd er nog iets…

Belangen tegenover elkaar

Wanneer de begrenzing bij de vader blijft liggen, dus buiten Kasper, ontstaat een nauwelijks voelbare belangentegenstelling. Kasper wordt verleid om zich nog enkel op zijn eigen belang te richten. Hij zal – zonder verdere afwegingen te maken – gaan schenken tot hij hoort dat ik stop zeg. De kans is groot dat hij – ja, we zijn allemaal klein geweest – precies op dat moment ‘per ongeluk’ net nog even uitschiet…Als dan later blijkt dat er weinig yoghurt over is voor de vrouw, de dochter en de vader, dan kan Kasper daar niets aan doen: hij  was immers niet verantwoordelijk voor het collectieve belang en de goede oplossing daarin.

Herkennen we het patroon waarvoor bakje yoghurt een metafoor kan zijn: zwangerschapsverlofregeling, protocollen, het declaratieproces, vakantiedagen, werkoverleg, etc.. (Jij weet er vast nog een paar op te noemen.)

De kern van de vraag van Kasper is eigenlijk de vraag of ik de verantwoordelijkheid van hem over wil nemen voor wat hij te doen heeft. Hij maakt daarmee het bepalen van een goede oplossing mijn probleem. De impliciete boodschap van mijn reactie is dat ik het probleem niet accepteer en het bij hem laat. Dat doe ik niet om hem in de steek te laten. Juist niet. Ik doe dat omdat ik denk dat ik hem daar beter mee help.

In plaats van tegenover Kasper te gaan staan in het begrenzen van zijn ruimte en Kasper te zien als uitvoeder van mijn oplossing, ga ik als het ware naast hem staan bij het helpen oplossen van zijn probleem.

Ik hoop dat we zo met elkaar kunnen omgaan. Elkaar sturen zonder problemen van een ander af te pakken en de ander daarmee te ontslaan van het nemen van verantwoordelijkheid. Maar ook zonder het juist helemaal los te laten en de ander op te zadelen met een probleem en er maar op vertrouwen dat het goed gaat. Het draait erom om naast de ander te gaan staan. Elkaars oplossende vermogen te faciliteren.

N.B. Het is een metafoor, Kasper is toevallig gebruikt. Het overgrote deel van bovenstaande tekst is overgenomen uit: ‘Anders vasthouden’ van Wouter Hart.